Layar Next: what’s next in mobile augmented reality

Layar (de augmented reality browser voor iPhone en Android) deed een aantal spannende aankondigingen op haar Layar Next event op 18 juni 2010. Nieuwe features en verbeteringen, een social media model om meer gebruikers te trekken (Floaticons) en een samenwerking met Kooaba om beeldherkenning te integreren.

Layar hield vrijdag mede ter ere van haar eenjarig bestaan het Layar Next event (Twitter #layarnext). Als developer van layers en als lid van het Layar Partner Network ben ik bijzonder benieuwd naar de plannen van Layar.

Wat is Layar?

Layar is een augmented reality (AR) browser voor iPhone en Android. Het is de meest gedownloade en pre-installed-app in zijn soort. De werking is simpel: selecteer een layer, kijk door het scherm van je mobiel om je heen en zie points of interest en 3D objecten die over het camerabeeld gelegd worden. Je omgeving wordt zo een toegevoegde of veranderde werkelijkheid (augmented reality). Dit kan heel praktisch zijn om een winkel of restaurant te vinden of gewoon leuke dingen zoals kunst, gebouwen en mensen om je heen.

Layar is een browser, dus je moet net als in een webbrowser zelf bepalen wat je wilt zien - dat wil zeggen welke layer je wilt laden. Daar zit meteen de bottleneck die Layar aan het oplossen is. Mensen weten niet wat er allemaal is en komen vaak niet verder dan de bovenste zoveel layers van een lijst. Recent voegde Layar zogenaamde streams toe. Een layer die populaire en dichtstbijzijnde elementen uit andere layers laat zien en je zo de mogelijkheid geeft deze te bekijken. Daarmee wordt het vinden van spannende content vergroot. Met meer spannende of relevante content wordt het gebruik vergroot, zullen meer mensen Layar installeren en ontstaat een ecosysteem vergelijkbaar met dat van het web zelf, met dito groeicijfers.

ik op het museumpleinOverigens is augmented reality op je mobiel nog een vreemde en soms gevaarlijke ervaring: kijkend door je mobiel door de stad lopen. Het blijkt overigens ook een interessante sociale bezigheid. Niet iedereen heeft een mobiel met GPS en kompas. Tijdens het experiment “Ik op het museumplein” onderdeel van het Stedelijk Museum Artours project liepen er groepjes mensen over het museumplein die samen naar virtuele kunst keken op een te klein mobiel schermpje. Het wachten is dus op de eerste betaalbare brillen die je aan je mobiel kunt koppelen. Of de eerste autofabrikant die zijn voorruit hiermee uitrust.

Nieuwe features en nostalgie

Tijdens het event werden een aantal features gepresenteerd die mij erg deden denken aan de eerste dagen van het web. Opwinding die er toen was over de animated gif is er nu over bewegende 3D objecten. En de beperkingen zijn ook vergelijkbaar. 3D objecten kunnen straks draaien en bouncen. Voor deze toepassing in technische zin een enorme sprong voorwaarts, maar voor gebruikers natuurlijk niet echt vernieuwend. Net zo min vernieuwend als de animated gif of de introductie van Flash. We hadden toen immers al jaren bewegend beeld op televisie en animaties kende iedereen al. Voor het web zelf, en nu dus voor deze augmented reality browser zijn de 3D-objecten in relatieve zin wel vernieuwend.

Floaticons, de social media trekker

Layar FloaticonsEen belangrijke aankondiging was de introductie van Floaticons. Layar gaat een eigen layer aanbieden waarin gebruikers virtueel een 3D icon kunnen achterlaten in de ruimte en daar tekst bij zetten. In eerste instantie was ik vrij kritisch. Een browser die zijn eigen websites gaat promoten, het lijkt Google wel. Layar is een open systeem en het succes is volledig afhankelijk van de beleving die anderen hiermee creëren. Ga je dan als browser leverancier zelf content maken, waar ligt dan de grens en willen anderen nog wel met je werken?

De floaticons of elke ander idee om gebruikers te genereren zijn echter hard nodig. Het platform wordt pas een succes als er veel gebruik is. Dat succes krijg je niet alleen met veel hard werkende developers die spannende layers maken, daar zullen toepassingen omheen gebouwd moeten worden die deze augmented reality browser voor iedereen interessant maken. Toepassingen die het gebruik stimuleren. Netscape heeft het web immers ook niet volledig zelf gemaakt. Vervolgens wordt deze wereld net zo spannend als het web. Worden augmented reality layers gestandaardiseerd? Komt er een browser oorlog? Is Layar te vroeg en eerder een soort AOL of Netscape? Door de grote aantallen pre installs mogelijk eerder Internet Explorer. En gaat de opvolger van Neelie Smit Kroes mobiele leveranciers dan dwingen tot een vrije augmented reality browser keuze? Maar zover zijn we nog lang niet.

Beeldherkenning met Kooaba

Kooaba Iphone app

Een tweede belangrijke aankondiging was de samenwerking met Kooaba. Dit Zwitserse bedrijf is gespecialiseerd in beeldherkenning en heeft een iPhone app en een Android app die onder andere boeken, films en cd’s herkend. Door beeldherkenning toe te voegen aan Layar ontstaan volledig nieuwe toepassingen. Je kijkt door de camera van je mobiel, het beeld wordt herkend en je krijgt informatie. Waar is de dichtstbijzijnde winkel waar ik dit kan kopen? Hoe zag het gebouw er uit dat hier eerst stond of hoe ziet het er straks uit? Ik ken die persoon toch en zit hij of zijn in mijn online sociale netwerk? Van wie is dat schilderij?

Update deze zomer in app store en market

De nieuwe Layar app met nieuwe features wordt deze zomer gelanceerd. Naast de floaticons zijn er een aantal meer technische en functionele verbeteringen. Deze vergroten de vrijheid van ontwikkelaars van een layer om zo een betere user experience te realiseren. Onnodige tussenschermen (toch nog altijd conversiekiller nummer 1) kunnen worden weggelaten zodat gebruikers die een layer kiezen en met deze layer interacteren, sneller en beter bediend kunnen worden.

Meer over Layar Next

Meer over Layar Next 2010:

Nederlands eerste virtuele kunstexpositie op het Museumplein

Het Stedelijk Museum presenteert, samen met MediaLAB Amsterdam, Ik op het Museumplein. In deze openluchttentoonstelling worden zes kunstwerken virtueel geëxposeerd. De werken zijn vervaardigd door studenten van uiteenlopende kunstopleidingen. Wat de expositie bijzonder maakt, is dat de kunst enkel te bezichtigen is met een smartphone.

Ik op het Museumplein is de eerste verkenning binnen het ARtours-project dat het Stedelijk Museum ontwikkelt en tevens de eerste virtuele 3D-expositie in de openbare ruimte in Nederland. Een team van vier studenten uit het MediaLAB heeft onder de naam Your Own Reality (YOR) deze expositie gerealiseerd.

De tentoonstelling is gratis te bezichtigen van 28 mei tot en met 30 juni op het Museumplein in Amsterdam. A.s. vrijdagavond vindt de opening plaats op het Museumplein om 18.15 uur.

museumplein1

Fabrique werkte samen met Layar en het Stedelijk aan de ontwikkeling van deze AR applicatie. Fabrique kreeg al eerder de opdracht van het Stedelijk om de nieuwe website te ontwikkelen. De AR applicatie en de website zullen een complementair geheel vormen.

Musea en het web: de laatste ontwikkelingen

Ontwikkelingen op internet gaan razendsnel en musea blijven hier niet bij achter. Social media, iPhones, iPads en augmented reality zijn in de museumwereld niet meer onbekend. Ook beginnen er volwaardige virtuele musea te komen. Naar aanleiding van mijn bezoek aan het congres Museums and the Web in Denver geef ik een overzicht van de laatste ontwikkelingen.

Bezoekers in een MuseumAl ruim 10 jaar wordt door de Noord-Amerikaanse organisatie Archives & Museum Informatics het congres Museums and the Web georganiseerd. Ik werk al geruime tijd met veel plezier voor diverse musea in Nederland en bezocht dit congres in april voor de vijfde keer. Een mooie gelegenheid om de balans op te maken.

In Europa zijn er ook allerlei (niet wetenschappelijke) congressen op dit gebied. Onlangs organiseerde DEN en Erfgoed Nederland het DISH congres. Op Koninginnedag was er in Engeland MuseumNext, georganiseerd door Jim Richardson. Desondanks trekken er ieder jaar ruim 40 Nederlandse museummensen naar Musea and the Web in Noord-Amerika. Wat van ver komt is blijkbaar lekker, of is men daar innovatiever dan hier? Dat laatste betwijfel ik. Een van de usual suspects is immers Sebastiaan Chen van het Powerhouse Museum in Sydney.

Waar blijft het virtuele museum?

Virtual Museum Dresden in Second LifeIn de beginjaren lag de aandacht bij standaardisatie en uitwisseling, zoals Open Archives Initiative en Dublin Core. Wat zou het mooi zijn als alle collecties van alle musea virtueel samengebracht zouden kunnen worden in een virtueel systeem. Zonder Google zou je dan alle schilderijen van Rembrandt of een hele kunststroming kunnen zien of archieven kunnen onderzoeken zonder te hoeven reizen.

In de werkelijkheid lag de aandacht van veel instellingen bij wat men marketing noemt: de promotie van het eigen instituut om zo meer fysieke bezoekers te trekken. Een logische ontwikkeling. Het web was net overgenomen door marketeers en de oorsprong (het uitwisselen van informatie) was wat naar de achtergrond geraakt.

De discussie over standaardisatie bleef vooral een virtuele discussie. Dit kwam niet zozeer door gebrek aan overeenstemming over de standaarden, maar simpelweg door het gebrek aan gedigitaliseerde collecties. Het digitaliseren van museale en archief collecties is een kostbare aangelegenheid. Niet alleen moeten objecten gefotografeerd worden (of eerdere registraties gedigitaliseerd), wat zeer kostbaar kan zijn, er moet vooral veel beschreven worden. Immers, pas met een goede beschrijving worden beelden online toegankelijk. En als er een virtuele (gedigitaliseerde) collectie is dan pas wordt een virtueel museum mogelijk. Let wel: alleen een virtuele collectie maakt nog geen virtueel museum. Daarvoor is een virtuele “plaats van inspiratie” nodig (en dan natuurlijk niet in Second Life). In de nabije toekomst zullen ontwikkelingen op het gebied van beeldherkenning en social media (tagging zoals bij Waisda) hier een belangrijke bijdrage gaan leveren.

Op het congres gaat een deel van de aandacht overigens uit naar zeer praktische zaken, waarbij een online museum nog ver weg lijkt. Welk contentmanagementsysteem moet je gebruiken? Op welk platform moet je bouwen en is dat dan wel toegankelijk voor Google en andere bezoekers met beperkingen? Dit komt deels door de zeer gemengde populatie van het congres, variërend van wetenschappers tot webmasters.

Samenwerking en collecties zonder muren

Steve MuseumIn de meer recentere jaren is er een aantal initiatieven ontstaan die de fysieke instellingen overstijgen. Zo was er het project Pachyderm dat software ontwikkelde waarmee instellingen eenvoudig online presentaties en collecties konden delen. Een succesvoller project is Steve: een social tagging systeem dat over collecties heen instellingen voorziet van een tagging module. Door deze centraal op te slaan ontstaan nieuwe verbindingen tussen collecties.

Een mooi samenwerkingsproject dat in 2009 gelanceerd werd en dit jaar een award won is ArtBabble. Dit initiatief van het Indianapolis Museum of Art (IMA) brengt video’s samen van verschillende instellingen. Het Nederlandse Van Gogh Museum en Museum Boijmans van Beuningen doen hieraan mee. IMA is een goed voorbeeld van een zeer actief museum, dat zich onderscheid door veel (technische) ontwikkeling in huis uit te voeren met een redelijk omvangrijke staf. Het management maakt daar blijkbaar andere keuzes, betrokken medewerkers hebben mogelijk meer vrijheid of financiering is anders geregeld. Naast ArtBabble lanceerde IMA dit jaar TAP en platform om mobiele tours te maken.

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=Yb3xnhC0MKk[/youtube]

In Europa zijn er gelukkig ook samenwerkingsverbanden en platforms die de instellingen overstijgen. Voorbeelden hiervan zijn Europeana en het al langer levende Geheugen van Nederland.

Social media (geen web 2.0 meer)

Met de komst van web 2.0, dat nu gelukkig social media genoemd wordt, verschoof de aandacht in die richting. Eind maart vorig jaar ben ik naar aanleiding van dit congres begonnen met Twitteren. Bij de plenaire bijeenkomsten in 2009 was een twitterfeed te zien op 1 van de grote schermen en tijdens de opening haalde de hashtag #MW2009 heel even de top 10 twittertrends. Waar instellingen eerst de vraag stelden wat moeten we met Facebook of Flickr, was de vraag wat moeten we met Twitter. Amerikanen hebben het geweldige vermogen om de vraag achter de vraag over te slaan en meteen praktisch te worden en fenomenen als Twitter als gegeven te beschouwen. Dat talent brengt veel instellingen al daar in beweging, terwijl we hier vaak eerst willen nadenken en beleid willen maken. Ik denk dat experimenteren meer brengt dan formaliseren. De FaceBook pagina van Museum of Modern Art kent zo al een enorme schare fans. De mooie opening van Bred Feld een van de mannen achter Zygna’s FarmVille (”It’s so hard to contemplate in advance and so easy when you do it“) maakte duidelijk dat innovatie niet over techniek gaat maar over durf en vertrouwen.

Voorbeeld van actieve instellingen op het gebied van social media zijn de collectie van Powerhouse Museum op Flickr, Walk Art Center en Brooklyn Museum.

De aandacht voor social media was dit jaar vanzelfsprekend nadrukkelijker. De twitterfeed #mw2010 werd dit jaar niet meer geprojecteerd om afleiding te voorkomen. Maar zowel tussen de bezoekers als in de presentaties en workshops waren Twitter en ook FourSquare hip en happening. Zo kreeg het hotel direct een andere FourSquare Mayor.

participatie in een museum?

participatie in een museum?

Op de eerste dag volgde ik de workshop “Designing Platforms for Visitor Participation” door Nina Simon. Zij schreef onlangs het boek “The Participatory Museum” en stelde tijdens ons bezoek aan het Denver Museum of Nature & Science vast dat participatie niet altijd goed uitpakt (de participerende bezoeker op de foto is ondergetekende). De workshop richtte zich op het stellen van vragen aan bezoekers. Met welk soort vraag kan je reacties uitlokken en wanneer durven bezoekers deze reacties ook met elkaar te delen.

De organisatie had een speciale (semi) plenaire bijeenkomst “Social Media, Reconstructing the Elephant” gepland vlak voor de closing ceremonie. Er was een bijzondere vorm gekozen met een donkere zaal en harde muziek en dito aankondigingen van de sprekers. De inhoud viel vervolgens tegen. Vrijwel allemaal fantasieloze semi wetenschappelijke presentaties met veel bullets en weinig wol. Wel een mooi verhaal over de redding van Bletchley Park (waar Alan Turing werkte). De spreker, Sue Black, zet social media in om Blechtley Park te redden en had zelfs haar trip naar het congres via JustGiving laten sponsoren.

In dezelfde sessie kwam in de presentatie van Nancy Proctor ook een filmpje van een van de eerste draadloze rondleidingen langs uit 1952 van Stedelijk Museum, mogelijk de allereerste audio tour.

Mobiel museum?

SFMOMA Rooftop IPhone Tour

Naast social media is mobiel vanzelfsprekend en steeds belangrijker onderwerp. Ook hier veel aandacht voor het hoe en minder het wat of waarom. De WiFi tour van MoMA blijft hier een schoolvoorbeeld. Zorg dat er wifi is in het museum en laat bezoekers niet willekeurig surfen, maar breng ze naar je interactieve multimediale tour op hun eigen mobiel. Een interessant leerervaring die dit jaar naar voren kwam is dat je dan wel oortjes moet verhuren of verkopen (en mobiele telefoons toestaan in het museum).

SFMOMA presenteerde haar “Rooftop Garden iPhone Tour“. Tijdens de beurs waren er diverse bedrijven die een iPad weggaven en “out of the box” oplossingen boden voor mobiele tours en applicaties. Op de vraag bij een van de standhouders hoe de data uit een bestaande collectiedatabase in zo’n tour gebruikt kon worden was het antwoord “Everything is possible”.

Nederlandse bijdragen?

De Nederlandse delegatie heeft overigens niet alleen geluisterd. Er was een presentatie van Beeld en Geluid en KennislandMany heads are better than one“, een presentatie over “Van Gogh’s Letters” door Van Gogh Museum, Het NAI met “Connecting the Collection“.

Nederlandse musea staan ook zeker niet stil noch lopen zij achter. De mate van samenwerking is nog beperkt en mooie initiatieven blijven vaak beperkt tot de eigen website. De projecten en experimenten rond Beelden voor de Toekomst vormen een mooie uitzondering. Ook staan er steeds meer collecties online, zoals de recent gelanceerde collectie van het Amsterdams Historisch Museum en de collectie van Museum Boijmans van Beuningen. En laat ik een deel van ons eigen werk niet vergeten: ArtTube van Museum Boijmans van Beuningen, ArTours van Stedelijk Museum en last but not least de website van het Rijksmuseum.

Best of the Web Awards

Victoria & Albert Search the Collection

Jaarlijks worden er tijdens het congres prijzen uitgereikt in verschillende categorieën. De lijst van nominaties en prijswinnaars door de jaren heen geeft een mooi beeld van de ontwikkelingen. Naast de eerder genoemde ArtBabble waren er dit jaar prijzen voor onder andere MoMA’s Alzheimer project “Meet me” (categorie: Education), “Solar Stormwatch” (categorie: Innovative), het Nederlandse blog “Museum Marketing” (categorie: Museum Professional), “Victoria & Albert Search the Collection” (categorie: Research) en “Museu Picasso Online Community” (categorie: Social Media). Ik hoop dat er volgend jaar een categorie Mobile of Ubiquitous is.

Unconference

Unconference musea en mobiele zaken (foto: Mia)

Een van de belangrijkste ontwikkeling speelt zich geheel buiten de kaders van conferenties af. Een relatief jonge groep museummedewerkers en andere betrokkenen twittert er lustig op los. Die daarbij privé en zakelijk volledig mengen en actief bezig zijn met hun vak en onderzoeken wat internet daarbij kan betekenen. Een rol voor het web als primaire productiemiddel (naast collectie, gebouwen, presentaties en boeken). Een online museum waar je geïnspireerd wordt en kunt leren. Het web als communicatiemiddel (luisteren en praten), dat verder gaat dan een verzameling websites met webpagina’s. En het leuke is dat het daar ooit allemaal voor bedacht is.

De massale communicatie tijdens en na Museums and the Web 2010 werd mogelijk gestimuleerd door het feit dat vrijwel de hele Nederlandse ploeg een week moest nablijven vanwege de aswolk. Dit resulteerde onder andere in een bijzondere lunchsessie mede georganiseerd door Jasper Visser van het Nationaal Historisch Museum over musea, FourSquare en andere mobiele zaken.

Fabrique ontwikkelt ARtours voor het Stedelijk Museum

Het Stedelijk Museum gaat op een nieuwe, innovatieve manier zijn collectie aan een breder publiek tonen door het toepassen van Augmented Reality (AR) techniek. Fabrique zal samen met Layar en het Stedelijk Museum werken aan deze nieuwe AR-applicatie “ARtours”.

Met ARtours creëert het Stedelijk een open source platform met een toepassing van Augmented Reality om op totaal vernieuwende wijze verhalen over de collectie te delen met het publiek. Daarnaast zal het museum publiek en professionals prikkelen zelf tours te ontwikkelen door het toevoegen van foto’s, informatie en verhalen.

Via een smart phone (zoals de iPhone of Android telefoon) kan men multimediale uitingen (audio, beeld, video, animatie) bekijken bij geselecteerde stukken uit de collectie. Niet alleen binnen, maar ook buiten het museum krijgt het publiek op een unieke virtuele wijze verrijkende verhalen bij kunstwerken en op plekken. Verhalen gecreëerd door zowel professionals als publiek.

Volgt men een ARtour in de stad, dan zal er door de smart phone te richten op getagde plekken, informatie opvraagbaar zijn over de verbinding van die plek met moderne kunst en design. Zo zal bijvoorbeeld de Harrenstein slaapkamer van Rietveld (1926) weer te zien zijn bij de oorspronkelijke locatie op de Weteringschans in Amsterdam. Of kan men een virtuele tentoonstelling bezoeken op de Dam of het Museumplein. Maar ook locaties als Schiphol (wachtende reizigers) of de trein (tijdens je reis kunst bekijken) bieden nieuwe mogelijkheden.

stedelijk_artours1
De applicatie geeft de mogelijkheid relevantie toe te voegen aan moderne kunst collecties. Door de objecten virtueel te tonen in een museumvreemde omgeving ontstaat daarnaast een totaal nieuw perspectief.

Het Stedelijk werkt samen met Fabrique en Layar aan de ontwikkeling van deze AR-applicatie. Wij kregen al eerder de opdracht van het Stedelijk om de nieuwe website te ontwikkelen. De AR applicatie en de website zullen een complementair geheel vormen.

Afgelopen maandag 14 december werd bekend dat het Stedelijk Museum uit de regeling Innovatie Cultuuruitingen van SenterNovem subsidie ontvangt voor het ARtours project. Naar verwachting zal het publiek in het najaar van 2010 op deze nieuwe wijze de collectie van het museum kunnen beleven en hiermee interacteren.