Creativiteit en internet: vriend of vijand?

Wij verkopen onder andere creativiteit, zeg ik wel eens. Maar wat is ‘creativiteit’? Creativiteit betekent ’scheppend vermogen’. Iets nieuws maken uit iets dat er nog niet als zodanig is. Dat raakt ook aan het begrip originaliteit, ofwel ‘oorspronkelijkheid’: de vraag of iets al eens eerder gedaan is. Wat dat betreft is de wereld veranderd.

beperking-brengt-creativiteit1

Ontmaskerd

In de tijd zonder telefoon, televisie, radio, krant en vliegtuigen en met hooguit een kerkplein wist je niet of iets al eerder was bedacht. En wat je niet kende bestond niet, wat beslist prettige kanten had. Met het toenemende en evoluerende gebruik van internet in de hele wereld verandert dat in rap tempo. We zien op YouTube commercials uit andere landen, we lezen buitenlandse sites, we spotten buitenlandse trends. Kortom: we weten steeds beter of iets al een keer bedacht is. Wat het ene moment een uiting van ultieme creativiteit lijkt, wordt het volgende moment ontmaskerd als een onbewuste kopie van een Guatemalees concept van twee jaar terug. Creatief en origineel zijn volgens de definitie wordt in dat opzicht steeds lastiger.

Er is ook een andere kant. Want ‘beter goed gejat dan slecht bedacht’ viert hoogtij deze dagen. Een websiteconcept of een idee voor een campagne: ze kunnen hun basis nu veel makkelijker vinden in iets bestaands. Waardoor er tijd over is om het juist beter te maken. Waardoor de kinderziektes van dat concept eruit zijn. Overzicht als katalysator voor optimalisatie. Deze vuist op deze vuist.

In dit proces speelt speelt lateraal denken een steeds grotere rol: bestaande ideeën een nieuw leven geven binnen een andere context. Je zou bijvoorbeeld ‘een soort Zoover voor auto’s, maar dan gecombineerd met Twitter-achtige messaging en een Facebook-achtige profielstructuur’ kunnen ontwikkelen. Ook klanten van ons spreken inmiddels deze taal. En het referentiemateriaal is maar drie clicks bij ons allen vandaan.

Brononderzoeker

Er is in dat proces een rol weggelegd voor ‘de brononderzoeker’, een rol uit het teamrollenmodel van Belbin. Zijn leven draait om contacten en kennis bij elkaar brengen, goede ideeën herkennen, ze ontleden, ze kunnen vertalen naar nieuwe componenten en ze kunnen inzetten op het juiste moment. Hij wordt met al zijn energie, flair en aansprekende ideeën vaak als creatief ervaren, maar is dat strikt genomen dus niet.

Zijn tegenpool zou zich juist opsluiten in een grot zonder enige communicatiemiddelen. Dan weet hij immers zeker dat hij niet onbewust iets kopieert wat al bestaat, dat hij oorspronkelijk is. Maar hij loopt dan weer de kans dat om – zodra hij moe maar voldaan tevoorschijn stapt – per ongeluk toch iets ontworpen te hebben wat iedereen al kent. En dat in het ergste geval weliswaar niet is gejat, maar wel minder goed bedacht. Verspilde energie.

Over een poosje kunnen we ALLES vinden, als het aan Google ligt. Is er dan nog toekomst voor creativiteit? Zeker. Creativiteit zal geconcentreerder worden ingezet op het creëren van het verschil. De verbeteringen aan het wiel, in plaats van het wiel zelf nog eens opnieuw uit te vinden. Maar er zijn gelukkig ook nog dingen niet uitgevonden. Althans,  daar lijkt het nog steeds op….

Geplaatst op frankwatching.com - vrijdag 22 januari 2010. Dit is de oorspronkelijke versie van een artikel dat in het boekje “Internet voor Iedereen” van XS4ALL is verschenen in december 2009.

Gert Hans Berghuis is partner van Fabrique Communicatie en Design in Delft en Amsterdam.

Nationaal Historisch Museum al passé voor het gebouwd is

Geplaatst op Frankwatching.nl - Door Paul Stork en Gert Hans Berghuis

Politiek Den Haag buitelt over elkaar in de zoektocht naar een geschikte locatie voor het Nationaal Historisch Museum Daarbij wordt vrijwel volledig aan de doelstelling voorbij gegaan. Nu lijkt er dan eindelijk voor een locatie gekozen te zijn. Maar laten we de bouw ervan gewoon laten zitten. Er is een beter alternatief.

Nederland kent al een enorm aantal musea, archiefinstellingen en andere fysieke plaatsen waar je wat kunt leren over onze geschiedenis. Geïnteresseerden kunnen er naar toe om een versnipperd stukje historie te zien aan de hand van authentieke stukken waar gezamenlijk naar gekeken wordt. Maar authentiek en gezamenlijk zijn niet meer genoeg. Want wat is een origineel stuk als de boekenkist van Hugo de Groot waard als er van de context van die kist (als het de echte is) niets meer over is en als je niet eens mag proberen of je er in past, en hoe lang je het vol kan houden terwijl je een kasteel uitgesmokkeld wordt? En hoe waardevol is gezamenlijk naar een hunebed kijken? Dat wordt pas echt een gezamenlijke ervaring als scholieren met man en macht moeten proberen om die zware stenen zelf te verplaatsen. Een fysiek museum wordt zonder die fysieke ervaring al snel zelf een museumstuk.

nationaal-historisch-museumSchets van het Nationaal Historisch Museum. Illustratie: TourPress

Doelgroep

Het is niet heel erg van deze tijd om te denken dat een fysiek museum bezoekers gaat trekken en zeker niet jongere bezoekers, behalve dan wellicht in de verplichte schoolreisjes. Natuurlijk zullen er bezoekers komen. Maar dat zijn dezelfde bezoekers die nu al veel weten over geschiedenis en waarbij de doelstelling van het nieuwe museum al lang bereikt is. Zo wordt het Nationaal Historisch Museum al snel net als veel andere musea marginaal of elitair en voegt het helemaal niets toe. En daar was het de politiek nu juist niet om te doen.

En andersom: is een fysiek museum wel geschikt om deze complexe inhoud onder te brengen? De plannen van het fysieke Nationaal Historisch Museum zoals die er nu liggen vormen een complex stelsel (door sommigen ‘hutspot’ genoemd) van portretten, canon en thema’s. Een stelsel dat in een fysieke driedimensionale werkelijkheid nauwelijks te volgen of uit te voeren is. Een door de politiek voorgestelde versimpeling tot een canon van 50 vensters gaat dat niet oplossen. Bezoekers willen immers meer context en willen vooral een toegesneden insteek. En laat het internet zich nu juist in die richting ontwikkelen.

Virtueel museum

Een groeiend (maar nog steeds te klein) aantal instellingen maakt nu al een virtueel museumbezoek mogelijk. De geboden context wordt dan te vaak nog bepaald door de relevantie voor het specifieke instituut en niet door de relevantie voor de bezoeker. De Gouden Eeuw is veel meer dan schilderijen en wat het Rijksmuseum daarover te vertellen heeft. Laat dat online Nationaal Historisch Museum daarom niet door één instelling beheren, maar knoop bestaande kennis en collecties online aan elkaar en laat specialisten op een bepaald gebied hun werk doen. Gebruik het internet als een samenhangend geheel van bronnen en werp daarbij geen nieuwe virtuele muren op. Delen van deze online infrastructuur zijn er nu al met websites als watwaswaar.nl, geheugenvannederland.nl en niet te vergeten allerlei vrij recente nieuwe zoeksystemen die op maat informatie verzamelen en combineren.

Op dit moment schermen diverse instituten online hun tuintje nog angstvallig af. De huidige politieke aandacht voor het onderwerp zou prima bruikbaar zijn om deze publiek betaalde instellingen wettelijk te verplichten om hun onderlinge aansluiting, uitwisseling en toegankelijkheid online te vergroten door gebruik van open standaarden. Daar begint immers context.

Een écht vernieuwend museum

En voor het gereserveerde budget en met de politieke aandacht is een geweldige experience te ontwikkelen die de museumwereld wereldwijd zal vernieuwen. Die mensen blijvend boeit vanuit een persoonlijk perspectief. Waar mensen zich over allerlei assen van context kunnen bewegen. Waar mensen op afstand van elkaar toch samen heen kunnen. Waar geen openingstijden zijn en geen grenzen. Waar taal eigenlijk geen rol speelt. Een Online Nationaal Historisch Museum voor iedereen. En biedt authentieke stukken voor wie dat belangrijk vindt: verwijs de echte liefhebbers naar de enorme hoeveelheid fysieke instellingen die Nederland al rijk is.

Een dergelijk museum zal maar een klik weg zijn voor het beoogde publiek dat zich onder andere op YouTube, Hyves en Marktplaats beweegt. Een doelgroep die noch marginaal, noch elitair is. Kiezen voor een online museum scheelt verder een hoop fossiele brandstof, ruimtebeslag en discussie. Het Online Nationaal Historisch Museum is dan overal en nergens tegelijk (dan is dat probleem ook opgelost…) en effectiever, interessanter en toegankelijker.

Paul Stork en Gert Hans Berghuis zijn partner bij ontwerpbureau Fabrique en onder andere betrokken bij de websites van Rijksmuseum Amsterdam, Beeld en Geluid, Koninklijke Bibliotheek, WatWasWaar, Museum Boijmans van Beuningen (in ontwikkeling), het Geheugen van Nederland, ThiemeMeulenhoff, Malmberg.

The Naked Poodle is Back

Na de Cross Media Week 2007 in Amsterdam, de Business of Design Week 2008 in Hong Kong, staat de ‘boksring’ van The Naked Poodle dit jaar in juni weer in Amsterdam. Fabrique & Syndiqate organiseren tijdens het jaarlijkse Marcom-event van Adformatie, op 3 en 4 juni in de Rai, weer een nieuwe editie van The Naked Poodle.

The Naked Poodle is een theatrale combinatie van brainstormsessie, speeddaten, simultaanschaken, rap battle en Free Fight gala. Onder het motto ‘don’t give a presentation - put on a show’ laat The Naked Poodle het naakte creatieve proces zien, ontbloot van vastgeroeste ideeën, wetten en praktische bezwaren. Consultants, reclamemakers, ontwerpers en strategen gaan de strijd aan met een opdracht. En met elkaar.

Vier creatieve & strategische teams strijden in de ring, onder leiding van onze hosts. De uitdaging is om in een half uur toegevoegde waarde te creëren. Centrale vraag tijdens de sessie op Marcom is: ontwikkel een nieuw marketingmodel, een methodiek om doelgroepen te bewegen. Deelnemende partijen zijn creatieve bureaus zoals Grrr, Have, Total Identity, en consultancy bureaus als Boer & Croon, Globrands, VODW-marketing en Winkelman & Van Hessen.

Hosts zijn onze eigen ’stars’, algemeen directeur Gert Hans Berghuis en creatief directeur Jeroen van Erp. Zij flitsen door de pit van het ene naar het andere team om hen te ondervragen, uit te dagen en op te jutten.

‘De Poodle’ is tijdens Marcom09 te bewonderen op het podium van de bureaus, het ‘centercourt’ van het event. Er zijn per dag 2 sessies. Op woensdag 3 juni is sessie 1 van 11.30u -12.30u en sessie 2 van 16.00u-17.00u. Op donderdag 4 juni vindt sessie 1 plaats van 13.00u -14.00u en sessie 2 van 16.00u tot 17.00u. 
Deelname aan Marcom09 is, bij voorregistratie, gratis. Registreren voor het evenement is nog mogelijk op: http://www.customerview.nl/marcom2009/reg01.aspx

Voor meer informatie over The Naked Poodle, check http://www.nakedpoodle.org

ad_marcom_TDJ.indd

Het einde van user-generated content

Dit artikel is gepubliceerd in Adformatie (20 november, 2008)

Wees niet verbaasd als auteurs van user-generated content zich binnenkort verenigen en geld gaan vragen voor hun bijdragen, voorspelt Gert Hans Berghuis.

Websites als Zoover, Iens en Kieskeurig kunnen bijzonder waardevol zijn voor het maken van keuzes in het leven. Ze drijven helemaal op user-generated content. Content die door gebruikers is gecreëerd vanuit een meestal intrinsieke motivatie. Bijvoorbeeld omdat ze tevreden zijn over een product en zich willen laten voorstaan op hun geweldige keuze. Of omdat ze uit wraak voor het ‘bedrog’ door de fabrikant de rest van de wereld ervan willen weerhouden diens product te kopen. Of omdat ze vanuit een behoefte aan veiligheid erbij willen horen en zich aansluiten bij een kudde als Hyves. En zo kan ik nog wel een stuk of zes intrinsieke drijfveren noemen.

zoover

Aan de andere kant zien we dat waarde van user-generated content in toenemende mate wordt uitgedrukt in geld, in plaats van in individuele en sociaal-maatschappelijke waarden. Zo werd consumersearch.com het Amerikaanse Kieskeurig.nl in 2007 verkocht aan The New York Times voor 33 miljoen dollar. Dat is veel geld voor een applicatie, wat hardware wellicht, een berg goodwill maar vooral héél veel user-generated content. Reken eens om wat dat per productrecensie oplevert.

Maar het speelt ook dichter bij huis. Want ook Kieskeurig is een paar jaar geleden verkocht, aan Ilse Media. Het bedrag is me niet bekend, maar dat zal ook meer dan zes nullen bevatten. Bij onze oosterburen is Wikipedia erg groot. Saillant detail: onlangs heeft de Duitse regering geld gestoken in het genereren van content voor de Duitse online versie. Uitgever Bertelsmann gaat nu de Duitse Wikipedia uitgeven in boekvorm voor het bedrag van 20 euro. Eén euro daarvan gaat naar een goed doel, en de andere negentien naar Bertelsmann. De inhoud is afkomstig van vrijwilligers.
Dat kan niet goed blijven gaan. Vorig jaar speelde een groot schandaal rond de beloning van de directie van de Bloedbank. Het driekoppig bestuur toucheerde samen per jaar 800 duizend euro. Toen dat uitkwam waren er talloze donoren die dat oneerlijk vonden: zij leveren gratis bloed (eigenlijk ook een vorm van user-generated content) terwijl iemand anders betaald krijgt.

cameraphone17_PH9

Het zal niet lang duren voordat ook auteurs van user-generated content gaan begrijpen dat hun bijdrage een waarde vertegenwoordigt die kennelijk uit te drukken is in geld. Geld dat anderen verdienen aan hún bijdrage. Gevolg: jaloezie. En jaloezie is een groenogig monster dat, gevoed door een gevoel van onredelijkheid, zich niet laat wegjagen met rationalisaties als “ach, maar ik schrijf het gewoon voor de lol”. Wees dus niet verbaasd als verongelijkte gebruikers zich verenigen en hun stem laten horen. Ze zullen rechtvaardigheid verlangen, en een evenredig deel opeisen voor hun bijdrage. Een soort aandeelhouderschap. Zodat, áls er geld aan verdiend wordt, men niet met lege handen staat. Een ander model is dat gebruikers per bijdrage gewoon betaald krijgen. Maar omdat dat veel gedoe met micro-payments zal vragen komt er gegarandeerd iemand op het idee om een soort Buma/Stemra in het leven roepen, om bij te houden hoeveel waarde je als gebruiker gecreëerd hebt en de revenuen daarvan periodiek uit te betalen.

Laten we dus maar ophouden te praten over user-generated content; we kunnen beter spreken van user-generated value. De romantiek van user-generated content zoals we die nu kennen zal, opgejaagd door het groenogige monster, verdwijnen om nooit meer terug te komen.

NOMD: Opdrachtgever geeft voorkeur aan Fabrique

Fabrique heeft dit jaar de eerste voorkeur van opdrachtgevers bij het overwegen van een branddesignbureau voor een nieuwe opdracht. Dit is een van de resultaten uit het Nationaal Onderzoek Marketing Dienstverleners. Het NOMD wordt sinds 2002 in opdracht van Marketing Tribune uitgevoerd. Doel van dit onderzoek is het in kaart brengen van de breinpositie (naamsbekendheid) en het imago van reclame-, branddesign-, marktonderzoek- en mediabureaus bij opdrachtgevers en adverteerders.

Vorig jaar stond Fabrique nog op een tweede plaats. Fabrique wordt dan ook in Marketing Tribune nummer 20 gefeliciteerd met het behalen van deze eerste plaats met een vette 5,6% (ten opzichte van de 4,4% van de tweede plaats). Daarnaast bemachtigde Fabrique wederom de eerste plaats als beste interactieve branddesignbureau, dit jaar de andere bureaus ver achter zich latend. Ook scoorde Fabrique goed in de top 10 van bureaus met een brede oriëntatie. Fabrique staat hier op een gedeelde 4e plaats.

Tot slot zijn er nog een aantal opvallende uitkomsten te noemen uit het imago onderdeel van het onderzoek. In de top tien van meest belangrijke dienstverleningskenmerken scoort Fabrique zeer goed op klantgerichtheid, sterk inlevingsvermogen, prettige mentaliteit, flexibele instelling en het in huis hebben van veel talent. Bij beste persoonlijkheidskenmerken zijn dit enthousiast, uitdagend, open, vriendelijk, sympathiek en ongecompliceerd. Algemeen directeur Gert Hans Berghuis: “We hebben intern een ronkende ambitie neergezet. Dan is het erg fijn om te zien dat die buiten zo lekker zichtbaar wordt!”